Rode draad: meer natuur voor iedereen!

Natuur is belangrijk voor de mens. Meer natuur en biodiversiteit maken de stad aantrekkelijker; dat is al meermaals wetenschappelijk bewezen. Uit onderzoek blijkt ook dat hoe groter de biodiversiteit is, hoe meer diensten de natuur levert, ook in de stad en vaak ten voordele van de lokale economie. Denk bv. aan: buffering van water, verminderen van hitte-effecten, leveren van voedsel en zuivering van onze sterk vervuilde lucht. Voldoende reden om volop in te zetten op natuur en biodiversiteit. Maar hoe begin je daaraan?

  1. Implementatie Groenplan
    De stad stelde een ambitieus bovenlokaal groenplan op. Om te vermijden dat dit plan dode letter blijft, moet aan enkele voorwaarden worden voldaan:
    - voldoende budget voorzien in de diverse begrotingen, ook in de districtsbegrotingen, om de concrete acties/cases te realiseren
    - de raadpleging van het groenplan structureel voorzien in de administratieve processen van alle ruimtelijke ordeningsprojecten en de doelstellingen maximaal opnemen in de betrachte realisaties
    - Verder vragen we om het tempo van de ontwikkeling van de lokale groenplannen op te voeren door te investeren in bijkomende arbeidscapaciteit hiervoor.
    Bijzondere aandachtspunten uit of aansluitend bij het groenplan zijn:
    - verbindingen van bestaande groenzones, vaak door het wegwerken van harde barrières.
    - wegwerken groentekorten; in Hoboken treden groentekorten op niveau van de buurt en vooral op niveau van de wijk op. Dit betekent dat geïnvesteerd moet worden in de uitbreiding van kleinschalig groen (0.5 – 10 ha), zoals straatgroen, pleinen en kleine parkjes
    - ecologisch beheer van groen in stadseigendom of –beheer.
    • met name het selectief maaien van openbaar groen verder uitbreiden;
    • uittekenen van een doordacht exotenbeleid, samen met Natuurpunt
    - klimaat robuust maken van het district
    • Klimaatverandering is een van dé grote uitdagingen waarmee we de komende decennia te kampen hebben. Steden en gemeenten zullen zich moeten aanpassen aan veranderende weerfenomenen zoals extremere regenbuien, hittegolven en langere periodes van droogte. Samenwerken met natuur is niet alleen de meest effectieve, maar op lange termijn vaak de goedkoopste oplossing om ons aan te passen. De Vlaamse overheid roept -in het Witboek Beleidsplan Ruimte- gemeenten op om actief werk te maken van groenblauwe verbindingen. Bovendien bieden dergelijke natuurlijke oplossingen ook kansen op vlak van leefmilieu, gezondheid, recreatie en biodiversiteit.
    • Enkele onderdelen van klimaatadaptatiebeleid zijn ontharding, aanwezigheid voldoende grote bomen, meer ruimte voor water (bv. wadi’s, maar ook open leggen van waterlopen). Daarnaast is sensibilisering en educatie rond dit thema nog steeds broodnodig.
    - Indien nieuwe bouwprojecten boscompensatie noodzakelijk maken dient dit zo dicht mogelijk in de buurt gerealiseerd te worden. Het district Hoboken heeft in het licht van duurzaamheid en klimaatwijziging waarschijnlijk zijn maximale bebouwingsdichtheid al bereikt of (ver) overschreden. Een efficiënt ruimtegebruik dringt zich op waar bij alle grootschalige nieuwe ontwikkelingen (genre Groen Zuid, Kolonel Harrystraat…) of grootschalige renovatieprojecten een minimum aandeel (publieke) open ruimte (25-30%) wordt voorzien. Deze open ruimte wordt in de mate van het mogelijke ecologisch ingericht (streekeigen klimaatrobuuste soorten, spontane 
    vegetatieontwikkeling …), kan deels aangewend worden voor boscompensaties, en heeft eventueel een multifunctioneel karakter (waterberging, recreatie…).                                                                                                                                                                 
    2. Concrete acties
    - Handhaving en toezicht. In het natuurgebied Hobokense Polder investeren we aardig in infrastructuur om de wandelaar optimaal te laten genieten van het natuurschoon. Helaas werkt vandalisme dit tegen. Loslopende honden veroorzaken wrevel en angst bij wandelaars en verstoring voor de wilde dieren. Frequent en regelmatig toezicht in alle groengebieden is noodzakelijk om het comfort van alle recreanten blijvend te verzekeren. Aanbieden van (grotere) losloopzones voor honden buiten de natuurgebieden en gerichte acties tegen loslopende honden blijven eveneens een noodzaak.
    - Hollebeekvallei
    o Het beheerplan/beheervisie Hollebeek voorziet in de realisatie van een groene wandelverbinding tussen het Schoonselhof en de Coöperatielaan. Het district Hoboken moet hiervan de komende zes jaar in samenwerking met het district Wilrijk werk maken.
    • Actief verwerven van gronden langs de beek:
    o In Wilrijks deel langsheen de Krijgsbaan
    • Inrichting van de nog niet ingerichte open ruimte met aanleg van een wandelpad
    o Tussen Katrinahome en Salesianenlaan
    o Tussen Krijgsbaan en Katrinahome na verwerving van gronden
    o Inrichting groenzone achter woonproject Hollebeekstraat 169 (eventueel in samenwerking met provincie)
    • Bij het nieuwe woonproject moest aan de beekzijde een groene zone behouden blijven in functie van waterberging of wandelverbinding. Inrichting als publieke ruimte en/of waterbergingsgebied moet de komende jaren gerealiseerd worden.
    o Sanering volkstuinen Hollebeek
    • Uit bodemonderzoek blijkt dat de volkstuintjes tussen het kerkhof van Hoboken en de Hollebeek ernstig vervuild zijn met zware metalen. Het telen van groenten zou er om gezondheidsredenen niet mogen worden toegelaten. Een sanering (of functiewijziging) dringt zich op.
    - Voldoende groene accenten bij nieuwe activiteiten op BP-site
    o Ruimtelijk gezien ligt de BP-site als bedrijventerrein erg ongelukkig. Het vormt bij wijze van spreken een schiereiland in het natuurgebied “Hobokense Polder”. De grenseffecten op het natuurgebied (verstoring door geluid, licht, uitstoot…) zijn bijgevolg erg groot.
    o Logischerwijs zou de zuidelijke punt van het gebied herbestemd moeten worden tot natuurgebied. Indien dat niet mogelijk is moet bij het ontwikkelen van nieuwe activiteiten absoluut aandacht besteed worden aan de vergroening van de site: met minstens 20% open ruimte waar waterinfiltratie mogelijk is en 100% groene daken.
    - Voldoende groen in de herontwikkeling van de Lemmerz-site
    o Bij de nieuwe stedelijke ontwikkeling van de site zal waarschijnlijk de nadruk liggen op bewoning en bedrijvigheid. In functie van het wegwerken van groentekorten en in functie van klimaatadaptatie lijkt een nieuwe ontwikkeling hand in hand te moeten gaan met vergroening. We stellen voor om minimaal 25-30% van de oppervlakte een groene en waterdoorlatende invulling te geven. Daarbij moet het moerassig deel, begrepen tussen de appartementsgebouwen van de Frieslandstraat, basisschool De Schakel en de oude bedrijfsgebouwen van Lemmerz absoluut in de huidige staat behouden worden, mits dit deel via een wandelpad toegankelijk te maken voor de buurt, zodat sociaal contact met dit stuk natuur beter mogelijk wordt.                                                                                                                                                                                   
    - Groene invulling Krugerbrug
    o De bestaande brug of een eventueel nieuwe brug zou naast wandel- en fietsverbinding ook kunnen fungeren als ecologische verbinding voor kleinere dieren (kleine zoogdieren, insecten…) naar de nieuwe groenzones die op en rond de Lemmerz-site dienen te worden voorzien. Lemmerz-site en Krugerbrug zijn belangrijke schakels om tot een groen wandelpad te komen vanaf de Hollebeek (Zwaantjes) tot de Hobokense Polder.
    - Grotere oppervlakte ecologisch graslandbeheer Kerkhof Hoboken en het Schoonselhof
    - Gefaseerd of sinusbeheer toepassen bij alle graslandbeheer om refugia voor insecten te verzekeren.
    o Graslanden, ook gazons, zijn het leefgebied voor tal van insecten en andere ongewervelden die als onderste trappen van de voedselpiramide een essentiële rol vervullen in het ecosysteem en dus mee de soortenrijkdom (biodiversiteit) bepalen. Vele van deze kleine diertjes overleven in bepaalde levensfasen in strooisel en/of hogere vegetatie. Bij integraal maaien van graslanden worden hun populaties veelal grotendeels of zelfs volledig vernietigd waardoor de kans op lokaal uitsterven sterk verhoogt. Door beperkte oppervlakten (10% of meer) bij elke maaibeurt te sparen kunnen dergelijke populaties overleven en zich nadien herstellen. Een dergelijke kleine besparende ingreep kan een grote ecologische winst opleveren. Landschapsarchitecturaal doordacht zou ook esthetisch een meerwaarde kunnen betekenen.

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.